Honing en Propolis

Honing en Propolis

Het ontstaan van honing

De basisstof waaruit honing ontstaat is het floëemsap. Dit is een zoet voedingssap, dat zich in de zeefvaten van de plant bevindt.  Het floëemsap wordt door een proces van osmotisch onevenwicht naar de nectariën getransporteerd, waar het via een actief proces van de ‘nectarklieren’ afgescheiden wordt. De nectariën of nectarkleppen bevinden zich in de bloem of op andere delen van de plant. De bijen, aangelokt door het zoete sap, verzamelen de nectar en verwerken deze tot honing.

Productie en concentratie van het suikergehalte in nectar

De productie en de concentratie van het suikergehalte in nectar is afhankelijk van de tijd van de dag en klimatologische omstandigheden. ‘s Morgens produceert de plant relatief veel nectar. Tussen 10 en 14 uur en van 14 tot 18 uur is er minder nectar, maar deze is wel meer geconcentreerd. ‘s Avonds stijgt de hoeveelheid nectar opnieuw. De productie van nectar en de suikerconcentratie fluctueert met de weersomstandigheden. Bij droog, warm weer produceert de plant minder nectar maar met meer suikers dan bij regenachtig, koel weer.

Bewerking van nectar door de bij en de werking van de bijentong

Als de bij de verschillende tongdelen strak tegen elkaar legt, ontstaat er een zuigbuis. Hierin beweegt zich de sterk behaarde tong heen en weer. Door de spierwerking van de keelholte en omdat de tongdelen luchtdicht tegen elkaar aanliggen komt er een zuigwerking tot stand. Zo pompt de bij vloeibare stoffen in de keelholte, slokdarm en honingmaag. De enige opening in de zuigsnuit bevindt zich bij de tongwortel. Deze tonggroeve is een vouw die gedurende het zuigen met gestrekte tong door de epipharynx (binnenlip) gesloten wordt. De tonggroeve speelt in het sociale leven van de bijen een belangrijke rol.  De terugkerende haalbij geeft met teruggeslagen tong de huisbij via deze tonggroeve de inhoud van de honingmaag over. Ook wordt het voedersap via deze groeve getransporteerd.

Het verzamelen van nectar

De haalbij neemt nectar met de tong op en pompt dit via de keelholte naar de honingmaag. Bij het opzuigen voegt de honingbij speeksel en sappen uit enzymproducerende kopklieren toe aan de nectar. De nectarverdunning door het speeksel verlaagt de viscositeit waardoor het opzuigen makkelijker wordt. Bij de doorgang door de spijsbuis neemt de nectar nog enzymen (o.a. invertase) op. Hierbij worden de dubbele suikers reeds gedeeltelijk tot enkelvoudige afgebroken.De stuifmeelkorrels worden tegengehouden door het maagportier. Een haalbij kan bijna net zoveel nectar vervoeren als haar eigen gewicht, 30-70 ml. Het gewicht is afhankelijk  van het suikergehalte van de nectar. Soms gebruikt de haalbij een klein deel van de nectar voor zichzelf en brengt het dan via een ventiel in haar spijsverteringskanaal. In het bijenvolk geeft de haalbij de nectar over aan de huisbijen gegeven die deze op hun beurt doorgeven aan andere huisbijen. Zo ontstaat een voedselketen waaraan vele bijen deelnemen. De hoeveelheid bijen die er aan deelnemen hangt af van de grootte van hetvolk en de dracht. Hoe meer bijen aan de voedselketen deelnemen, hoe meer fermenten er in de honing komen.

De verwerking van de nectar tot honing door de honingbij.

De binnengebrachte nectar bevat te veel water. Het indikken geschiedt tijdens het rijpingsproces. Dit rijpingsproces bestaat uit twee fasen, waarbij de bijen in de eerste fase het meest actief betrokken zijn. De eerste fase noemen we het ‘wurgen’.  De bij de honingbereiding betrokken huisbij geeft een beetje honing op en trekt de druppel tussen tong en kin uit tot deze redelijk vlak is. Daarna verdwijnt de druppel weer naar binnen. Dit gaat zo geregeld door gedurende 15-20 minuten. Hierdoor daalt het waterpercentage tot 40-50%. Tijdens dit proces worden nog voortdurend stoffen uit de klieren toegevoegd. Vervolgens wordt de halfrijpe honing in een dunne laag onderin de cel gebracht of als druppeltje aan de celwand gehangen. Bijen kiezen bij voorkeur hiervoor cellen in de buurt van het broednest uit, waar de hoogste temperatuur heerst.  Zijn de cellen slechts voor 1/4 gevuld, dan wordt eenzelfde volume meer opengevouwen en heeft de honing meer contact met de lucht en zal de 80% suikerconcentratie al na twee dagen bereikt kunnen worden. Bij cellen die voor 3/4 gevuld zijn, duurt het ongeveer vier dagen voor de gewenste indikking verkregen is. Voor optimale ventilatie in de kast zijn bodemventilatie en een grote vliegopening in de kast van belang. In de tweede fase wordt de honing verder ingedikt. In de droge en warme lucht die langs de raten gewaaierd wordt, verdampt het overtollige water uit de halfrijpe honing tot het watergehalte gedaald is tot ongeveer 20%. De uiteindelijke rijping is afhankelijk van een aantal factoren:

- het oorspronkelijke waterpercentage;

- of de cellen meer of minder gevuld zijn;

- de beschikbare ruimte;

- de intensiteit van de luchtstroom.

Pas als de honing rijp is wordt deze nogmaals getransporteerd, maar nu naar de honingcellen. Deze worden gevuld en van een wasdeksel voorzien. Tijdens het rijpingsproces wordt het sucrose grotendeels tot glucose en fructose geïnverteerd. Door het lage watergehalte wordt vermenigvuldiging en het metabolisme van de aanwezige bacteriën en gisten stilgelegd. Hierdoor wordt microbiële aantasting van de honing voorkomen. Door de inversie van sucrose tot glucose en fructose ontstaan onmiddellijk verbrandbare suikers, nodig voor energieproductie zoals warmte.

Kristallisatie van honing.

Kristalliseren of versuikeren van honing is een natuurlijk verschijnsel: glucose kristalliseert na enige tijd uit waarbij in honing soms een twee-lagen systeem ontstaat: een onderlaag met veel glucose-kristallen en een heldere bovenlaag met een relatief hoger watergehalte. Meestal kristalliseert de honing door de hele pot heen. Het kristallisatiegedrag van honing is afhankelijk van het glucose- en fructosegehalte, het vochtgehalte en de temperatuur. Glucoserijke honingsoorten kristalliseren altijd uit, hetzij in z’n geheel bij zeer veel glucose zoals koolzaadhoning, hetzij als laagje bij middelmatig glucosegehalte zoals bijvoorbeeld Lindehoning. Fructoserijke honingsoorten zoals Acaciahoning kunnen jarenlang helder blijven.  Kristallisatie van honing is dus een natuurlijk verschijnsel. Gekristalliseerde honing maakt u weer helder en bruikbaar door de pot honing in warm water te zetten. 

Monoflor of multiflore Honing.

Alle honing mag dan wel zoet zijn, maar als je ze apart proeft sta je versteld van de diverse smaken die de verschillende honing kan hebben.  Aroma en smaak hangen af van de bloem waarvan de nectar oorspronkelijk afkomstig is. Gemengde bloemenhoning, “multiflor” genoemd, is van vele diverse bloemen afkomstig. Komt de honing van één bepaalde bloemsoort dan heb je een ”monoflore” honing.  Smaak en aroma zijn dan specifiek voor die soort. Een lindehoning heeft een herkenbaar smaakpatroon dat duidelijk verschilt van bijvoorbeeld een heidehoning.

Er is een relatie tussen de kleur en de smaak van honing. Seizoenen zijn in de kleur en smaak van honing terug te vinden. Honing geoogst in de lente staat voor lichte kleuren: acacia, klaver etc. In de zomer oogst men honing met gele tinten en fruitige smaken: bijvoorbeeld zonnebloem. In de herfst is de honing vaak donker van kleur met een sterke smaak: denk aan bijvoorbeeld heidehoning.

Er zijn wel uitzonderingen op deze regels.

Honing niet voor baby's

Je zou denken dat de zoete honing heerlijk voedsel is voor baby’s. De honing is ook heerlijk, maar voor baby’s niet zo gezond. Sterker nog, wist U dat baby’s behoorlijk ziek kunnen worden door het eten van honing? Een ontwikkelde darmflora houdt schadelijke bacteriën en virussen op afstand. Maar bij baby’s is de darmflora nog niet volledig ontwikkeld. Hierdoor moeten we erg voorzichtig zijn met wat we voor voedsel aan baby’s geven. Doordat de darmflora van baby’s niet volledig ontwikkeld is, kan zoiets onschuldigs als honing een baby al ziek maken. De darmflora is vanaf het eerste levensjaar volledig ontwikkeld en vanaf dan is het eten van honing volkomen veilig en zelfs gezond! Want honing is gezond! De honing die bij kinderen erg geliefd is, is de mierzoete klaverhoning.

Zwangere vrouwen of vrouwen die borstvoeding geven, kunnen probleemloos honing eten. De baby zal daar geen hinder van ondervinden.

Propolis.

In een bijenvolk speelt propolis een belangrijke rol. Propolis beschermt de bijen tegen infecties.

Propolis is een kleverige, harsachtige stof die door bijen wordt verzameld van knoppen en schorsen van verschillende bomen en planten, zoals van de: populier, berk, iep, els, beuk, coniferen. De kleur is afhankelijk van de herkomst: bruingeel, bruingroen, bruinrood tot donkerrood.

Eigenschappen van Propolis.

Propolis is werkzaam tegen bacteriën,  schimmels en virussen.  Er is vrij veel onderzoek gedaan naar de virusremmende eigenschappen van propolis.  Er zijn duidelijk antivirus effecten van propolis  aangetoond. Door de moderne chemische analysemethoden (gaschromatografie, hoge druk chromatografie, ... ) zijn we in staat de samenstelling van boomsappen zoals harsen, te achterhalen. De flavonoïden blijken een natuurlijke werking te bezitten tegen bepaalde ziektekiemen. Deze flavonoïden beschermen de bomen tegen verschillende ziekten. Nu blijken de flavonoïden voorkomend in de harsen op de knoppen van populieren en berken praktisch dezelfde te zijn als deze voorkomend in propolis.  Er werd in onderzoeken ook activiteit tegen Herpes virussen waargenomen. Vanouds is bekend dat propolis als locaal anestheticum gebruikt kan worden, terwijl het ook wondgenezing bespoedigt. Vooral in Oost-Europese landen, maar ook elders, wordt propolis gebruikt tegen infectieziekten, virussen en schimmels en bij wondgenezing. Voorts tegen huidziekten, hooikoorts, aften, dauwworm, brandwonden, blaasontstekingen, eczeem, acné, gordelroos en maagzweren. 

De moeite waard eens bij stil te staan!