Zwermen

Zwermen

Zwermen is een natuurlijk voortplantings proces.

Het ontstaan van zwermstemming in een volk kan komen door een overcapaciteit van meer dan genoeg bijen om broed te verzorgen.  Een en ander wel in relatie tot de langere dagen.

Extra zwermstemming-bevorderende omstandigheden zijn bijvoorbeeld ruimtegebrek en lagere maximale eileg, eerder overcapaciteit, of een oudere koningin (minder koninginnenstof)

In het volk met vergevorderde zwermplannen  krijgt de koningin steeds minder voeding, waardoor ze ook steeds minder eitjes gaat leggen, daarom wordt deze koningin ook slanker en kan ze weer vliegen.  Er zijn ook steeds meer bijen en steeds minder broed en  bijen zonder taak waardoor baardvorming aan de kast kan ontstaan.

Zodra de eerste koninginnenlarve er is gaat koningin in conditie-training en legt nog minder eitjes.

Zodra de eerste zwermcel is gesloten, èn er sprake is van goede weersomstandigheden,

vertrekt de 1e zwerm. (voorzwerm genoemd)

Deze vertrekt meestal ergens tussen 10:00 en 16:00 uur, en neemt de helft van het volk mee,

En gaat op korte afstand van de vertrekplaats hangen, en is zeer goedaardig.

Niet later dan 7 dagen na het vertrek van de voorzwerm:

worden als de imker niet ingrijpt, in het achtergebleven volk de jonge koninginnen geboren, met als resultaat:  tuter, en kwakers

-- Tuten en kwaken

De tuter moet na het uitlopen eerst nog, ongeveer een dag,  afharden, en dan, wederom afhankelijk van de weersomstandigheden:

vertrekt de (eerste) nazwerm.

Deze gaat direct verder weg dan de voorwerm,

vliegt ook direct hoger dan de voorzwerm,

vertrekt tussen vroeger en later dan (respectievelijk de 10:00 en 16:00 uur van) de voorzwerm, en ook bij lagere temperaturen,

en is bijna altijd kleiner van omvang, gedraagt zich onrustiger, en

soms gaan er ook kwakers mee,  dan vindt er later een opdeling plaats.

Afhankelijk van de grootte van het (steeds kleiner wordende) volk

vertrekken er één of meerdere nazwermen

totdat het achterblijvende volk het genoeg vind.

De (speurbijen van de) zwerm vinden als het goed is een nieuw onderkomen.

Meerdere geschikte lokaties leiden tot rivaliserende bijendansen.

De speurbijen bezoeken dan elkaars gevonden lokaties.

Met behulp van het stopsignaal kunnen ze de dansen voor de mindere lokaties laten uitdoven zodat er uiteindelijk een unanieme beslissing volgt.

Op de nieuwe lokatie komt de ratenbouw snel op gang: om de meegenomen honing in te “dumpen”, en om de oude moer direct weer te kunnen laten leggen.

Omdat er in Nederland  haast geen nestplaatsen voor zwerm meer zijn, heeft de zwerm geluk als deze wordt gevonden en geschept door een Imker.

De grotere  voorzwerm kan in hetzelfde jaar in/rond  juli zomaar nog een keer zwermen: maagdenzwerm genoemd.

De jonge koninginnen in de nazwermen, en in het achtergebleven volk  zijn nog onbevrucht.

Zij gaan zodra ze bronstig zijn  op de leeftijd van 5-6 dagen  op bruidsvlucht.

Het voorkomen van zwermen kan door middels van controle in het volk.

 

Dan nog even wat kenmerken van een zwerm:

-- Een zwerm is de "kluts" een beetje kwijt, gedesorienteerd en heeft dus geen richtings gevoel meer. Normaal gesproken is een bijenkast met volk niet te verplaatsen op dezelfde stand. Hoewel een eigen zwerm van de eigen stand komt, kan een eigen zwerm gewoon ergens op de eigen stand weer worden geplaatst. Deze hoef je dus niet 3 a 5 km ver weg te brengen zoals dit normaliter bij een splitsing van een volk op de eigen stand d.m.v. een aflegger wel moet, i.v.m. het "afvliegen".

-- Een zwerm neemt bij vertrek voor ongeveer 3 dagen voer mee. Ik geef een zwerm altijd een pakje Fondabee (suikerdeeg) mee, maar de eerste 3 dagen redden ze zich prima ook zonder voer.

-- Een zwerm is bij de zwerm actie niet agressief.