Bijensoorten

Bijensoorten

Eerst een klein stukje geschiedenis.

Vroeger waren in onze streken de Apis Mellifera-Mellifera (of zwarte bij) de belangrijkste bij.  Andere bijenrassen in Europa waren de Apis Mellifera-Carnica, -Ligustica, -Caucasica, en Macedonica.

Omdat de “zwarte bij” nogal stekerig  is, en vroeg zwermde werd in het begin van de vorige eeuw, in Duitsland en Nederland, door kruisen met Carnica en Ligustica geprobeerd om een bij met betere eigenschappen te verkrijgen.  Na jarenlange experimenten concludeerde men uiteindelijk vooral in Duitsland en Oostenrijk dat men beter kon kiezen voor de raszuivere Carnica’s.

Door al dat kruisen komt de “zwarte bij” bij ons steeds minder voor!

De oorspronkelijke Carnica-stammen komen uit Oostenrijk en Slovenië waar de huidige Carnicalijnen nog steeds van afstammen. In Nederland wordt naast de “Hollandse-bij” en de Carnica ook geïmkerd met de “Buckfast-bij”, een door broeder Adam in de Buckfast Abbey in Engeland door veel kruisingen geteelde soort, die ook een zachtaardig karakter heeft maar verder qua eigenschappen verschilt van de Carnica.

Op  www.bijenhouder.com  vind u onder andere een beschrijving van de volgende bijensoorten.

Buckfast:

Een belangrijk misverstand over bijenrassen is, dat de Buckfastbij een vast ras zou zijn zoals het Italiaanse ras of de Carnica, dit is niet het geval. De Buckfastbij is een bij waarin door combinatieteelt de beste eigenschappen van verschillende rassen en stammen gecombineerd zijn. De Buckfast is, hoewel inmiddels redelijk stabiel verervend, (nog) geen ras. De Buckfast wordt vooral geteeld op zachtaardigheid, goeie raatzit en hoge honingopbrengsten.  

Apis Mellifera Mellifera, ook wel de donkere bij genoemd,  is net als de Apis Mellifera Carnica en de Apis Mellifera Ligustica, één van de ondersoorten binnen de soort Apis Mellifera. Ze zijn donkerbruin tot zwart van kleur.  Deze ondersoort komt voor in geheel west en noord Europa, heeft een iets kortere tong dan soortgenoten en kan foerageren bij lagere temperaturen. 

Apis Mellifera Carnica:
Van oorsprong komt de carnica-bij uit het gebied ten zuiden van de Oostenrijkse Alpen en uit de Balkan. Door het geografische landschap is ze geïsoleerd gebleven en heeft ze zich ontwikkeld tot dit wel erg populair ras.
De Carnica is wel het meest van al verspreid over de gehele wereld! Dank zij enkele uitzonderlijke teeltstations is dit ras er zeer op vooruit gegaan.
Ze is opvallend zachtaardig en is een ideale bij om te imkeren. Daarom ook dat veel beroepsimkers de weg naar de Carnica gevonden hebben.
Uiterlijk zijn de carnica’s te onderscheiden aan hun grijze kleur, dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld de Ligustica.

Apis Mellifera Ligustica (ook wel de Italiaanse- of gele bij genoemd) is een van de ondersoorten binnen de soort Apis Mellifera, en:

  • komt van oorsprong uit het vasteland van Italië
  • overwintert als groot volk en heeft derhalve veel wintervoer nodig;
  • ontwikkelt al vroeg in het voorjaar een groot broednest, ontwikkelt sterke volken en broedt het hele seizoen door, tot ver in de herfst: geheel in overeenstemming met de mediterrane omstandigheden;
  • in een goed klimaat met een snel voorjaar en een goede doorlopende dracht (dus ook dracht in de herfst zoals in de mediterrane streken waar een dan toenemende vochtigheid een compleet nieuwe drachtperiode inluidt), zijn de volken sterk en leveren goede honingoogsten:
  • in onze omstandigheden in de Lage landen, met een aarzelend voorjaar, een zomer waarin inheemse bijen een broedstop inlassen en een herfst die zelden tot overmaat aan dracht leidt, kunnen deze bijen in de problemen komen;
  • is zeer zachtaardig, zit rustig op de raten (en wordt daar uiteraard ook verder op geselecteerd) en laat dus ook gemakkelijker allerlei imkergrepen toe;
  • past zich gemakkelijk aan aan veranderende omstandigheden;
  • is zo zwermtraag, dat een jonge moer het hele seizoen in het volk kan verblijven: men hoeft de volken minder te controleren;
  • orienteert zich meer op kleur dan op ruimtelijke structuren; De Ligustica blijft min of meer trouw aan de geleerde kleur van het vlieggat; verplaatsing van een bijenkast wordt derhalve redelijk snel geaccepteerd; anderzijds vervliegt de ligustica snel;
  • is een “dicht bij huis” vlieger; waar de Carnica pas bij dracht op 80 – 100 meter aan de kwispeldans begint, doet de Ligustica dit al na 20 meter; grotere afstanden geeft zij niet aan. De Ligustica is een uitgesproken dichtbij-verzamelaarster. Ze gaat dan ook snel tot roven over als rijke dracht ontbreekt.